Telling bij tafeltennis
Games worden gespeeld tot 11 punten en moeten met minstens 2 punten verschil gewonnen worden. De opslag wisselt elke twee punten, en bij 10-10 bij elk punt. Een wedstrijd wordt gewonnen door de eerste speler of het eerste koppel dat drie games wint van vijf, of vier van zeven.
Op deze pagina
Een game tellen
Elke rally levert een punt op — niet alleen de rally's op je eigen opslag. De eerste die 11 punten haalt, wint de game, behalve bij 10-10; dan speel je door tot iemand met 2 punten verschil voorstaat.
| Stand | Betekenis |
|---|---|
| 11-4 | Game gewonnen — 11 bereikt met 2 punten verschil |
| 11-10 | Game nog niet gewonnen. Er wordt doorgespeeld naar 12-10 |
| 10-10 | Gelijkspel. De opslag wisselt nu bij elk punt |
| 13-11 | Game gewonnen — eindelijk 2 punten verschil |
Een wedstrijd tellen
Er wordt altijd een oneven aantal games gespeeld, zodat er gegarandeerd een winnaar is. Drie winnende games — dus best-of-5 — is de norm bij clubs en recreatief spel. Op het hoogste niveau en bij de Olympische Spelen wordt best-of-7 gespeeld, vier winnende games.
Na elke game wordt van kant gewisseld. In de beslissende game wordt ook van kant gewisseld zodra een speler vijf punten bereikt — zodat niet één kant de hele beslissende game aan de beter verlichte kant van de zaal doorbrengt.
Wie slaat op en wanneer
- Twee opslagen per speler, waarna het opslagrecht wisselt — los van wie de punten scoorde.
- Vanaf 10-10 wisselt de opslag bij elk punt.
- Wie in een game als eerste opsloeg, ontvangt in de volgende game als eerste.
- Wie in de wedstrijd als eerste opslaat, wordt geloot — meestal met kop of munt, of een verstopte bal.
De stand omroepen
De stand van de serveerder wordt altijd als eerste genoemd. 'Acht-vijf' betekent dat de serveerder met 8-5 voorstaat. De stand hardop noemen voor elke opslag is de simpelste manier om het meest voorkomende meningsverschil bij recreatief tafeltennis te voorkomen — dat gaat namelijk bijna nooit over de regels, maar altijd over de actuele stand.
De oude telling tot 21 punten
Tot 2001 werden games gespeeld tot 21 punten, met vijf opeenvolgende opslagen. De overstap naar 11 punten en twee opslagen was bedoeld om wedstrijden korter te maken, elk punt zwaarder te laten wegen en de sport beter kijkbaar te maken op televisie.
De oude telling leeft nog voort in kelders en speelzalen — twee spelers van verschillende generaties kunnen dus een hele game ruziën zonder dat een van beiden echt ongelijk heeft.
Telling in NTTB-competitie
In officiële NTTB-competitie speelt elk team-treffen een aantal enkel- en dubbelpartijen dat door het competitiereglement van de divisie wordt vastgelegd, maar elke individuele partij wordt precies geteld zoals hierboven beschreven — best-of-5. Aan de puntentelling zelf verandert niets per niveau; alleen het aantal partijen per treffen verschilt.
Een scheidsrechter of wedstrijdleider noteert de stand game voor game op een wedstrijdformulier, en dat formulier is bij een meningsverschil doorslaggevend — een handige gewoonte ook buiten de competitie: de standen van eerdere games ergens noteren voorkomt dat je bij de beslissende game uit je hoofd moet reconstrueren wie wat won.
Veelgemaakte telfouten
- Het aantal gewonnen games verwarren met de stand van de lopende game — twee losse tellers die je tegelijk moet bijhouden.
- Vergeten om vanaf 10-10 bij elk punt te wisselen, terwijl de gewoonte nog op 'elke twee punten' staat.
- De stand niet omroepen voor de opslag, waardoor achteraf niet meer te controleren is wie gelijk had.
- Denken dat één punt extra bij 10-10 genoeg is — het moeten er twee verschil zijn, niet één punt meer dan de tegenstander.
Deze vier fouten dekken vrijwel alle teldiscussies bij recreatief spel. De gewoonte aanleren om de stand hardop te noemen voor elke opslag, ook buiten competitieverband, lost de meeste ervan op voordat ze een probleem worden.
Veelgestelde vragen
Tot hoeveel punten speel je een game tafeltennis?
Tot 11 punten, met minstens 2 punten verschil. Bij 10-10 speel je door tot een van de twee met 2 punten verschil voorstaat.
Hoeveel games telt een tafeltenniswedstrijd?
Meestal drie winnende games (best-of-5). Op internationaal niveau en bij de Olympische Spelen wordt vier winnende games (best-of-7) gespeeld.
Telt alleen de opslag mee voor een punt?
Nee. Elke rally levert een punt op, ongeacht wie opsloeg. Die regel verdween in 2001 samen met de telling tot 21.
Wanneer wissel je van kant?
Na elke game — en in de beslissende game ook zodra een speler vijf punten bereikt.
Wiens stand wordt eerst omgeroepen?
Altijd die van de serveerder. De stand omroepen voor elke opslag voorkomt de meeste discussies.
Vind een tafel bij jou in de buurt
Vind nu een tafel
League of Spin brengt duizenden openbare tafeltennistafels in kaart — buitentafels, clubs en bars, met routebeschrijving en beoordelingen van andere spelers.
Ook interessant
- De regelsGames tot 11, twee opslagen per speler, 2 punten verschil — plus randballen, lets en de fouten waar het vaakst over gepraat wordt.
- OpslagregelsOpen hand, opgooi van 16 cm, achter de lijn, goed zichtbaar — de zes eisen voor een geldige opslag.
- Hoe je speeltBatjegreep, basishouding, de vier essentiële slagen en je eerste partij.